
Een sjamaan ziet ziekte als teken van onbalans, niet meer in harmonie met het geheel. De sjamaan geneest doordat hij de mens weer hoop geeft voor de toekomst. Daarvoor is wel nodig dat de zieke zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en de ziekte als les voor zijn groei ziet. De boodschap van de ziekte zal eerst ontcijferd moeten worden om de eigen weg weer met het geheel te kunnen verbinden. Een sjamaan geneest niet zelf, maar in verbinding met de kosmische krachten waarbij hij is aangesloten. Hij brengt het ziek-zijn in verband met het geheel, zodat ware genezing kan plaatsvinden. De zieke moet zijn ziekte accepteren, niet bestrijden. Een Hopi-sjamaan zei ooit: ”De mens heeft gekozen om langs de weg van de ziekte te leren om weer heel of compleet te worden”.
Tot 800 voor Christus werkten in Griekenland de asklepiaden, de priesterartsen vanuit dezelfde visie. Een van hen was Hippocrates die echter met deze asklepiadische geneeskunst brak door de ziekten op zichzelf te gaan bestuderen, los van het verband met het geheel. Er ontstond een tendens van symptoombestrijding in plaats van het leren over de ‘zin van ziek zijn’. De scheiding tussen de reguliere geneeskunst en de alternatieve geneeskunst werd daarmee een feit.
De huidige artsen moeten hun beroepseed nog steeds op Hippocrates afleggen. Het symbool van huidige artsen is ook nog steeds de esculaap, met de naar boven gekronkelde slang. Dit symbool verwijst naar de zondeval van de mens in het paradijs, waardoor de mens zich op pijnlijke wijze bewust werd van zijn scheiding met het goddelijke. Toen begon de lijdensweg van de mens om de eenheid weer terug te vinden. De staf symboliseert de levensboom. De naar beneden gerichte slang maakt de mens ziek; hij symboliseert het aardse, het materiële. De naar boven gerichte slang wijst naar de hemel, het paradijs, naar de oorsprong; het is de beweging die de mens weer heel maakt. De slang is uitdrukking van eeuwige energie, die altijd stroomt. Geboorte is beweging, dood is beweging, beide veranderen levensvormen en als zodanig zijn ze één.
Alternatieve therapeuten, die zichzelf serieus nemen leggen via hun beroepsorganisatie ook de Eed van Hypocrates af. Hiermee spreek je immers uit naar klanten dat je je zult houden aan normen, waarden, ethiek enz. Ook ik onderschrijf derhalve deze eed. Hij luidt als volgt (naar de authentiek oud Griekse tekst, ca. 400 jaar voor Christus):
De eed van Hippocrates
Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Aesculapius, bij de gezondheid van de mensheid en bij alle krachten die genezing bewerkstelligen en ik roep als getuigen aan alle Goden en Godinnen, dat ik deze eed gestand mag doen en haar gelofte naar beste weten en kunnen mag houden.
Aan mijn leermeester in de geneeskunst zal ik hetzelfde respect betonen als aan mijn ouders, mijn leven met hem delen en alle schulden aan hem delgen. Zijn zonen zal ik als mijn broeders beschouwen en hen in de wetenschappen inwijden, als ze daartoe het verlangen uitspreken, zonder me op een beloning of een afspraak te laten voorstaan.
Ik zal recepten, leringen en alle andere inzichten overdragen aan mijn zonen, aan de leerlingen van mijn meester en aan die leerlingen, die juist geschoold en ingewijd in de geneeskunst zijn en aan niemand anders.
Ik zal mijn krachten aanwenden om de zieken bij te staan naar beste kunnen en naar beste inzicht. Elke vorm van schade of leed berokkening bij diegenen die mijn hulp inroepen zal ik afweren.
Ik zal geen fatale dosis toedienen aan iemand, ook niet als ik er om gevraagd wordt, noch zal ik hieromtrent iets suggereren. Evenmin zal ik aan een vrouw middelen ter beschikking stellen om een abortus uit te voeren.
Ik zal mij ingetogen en bescheiden ten opzichte van het gehele universum opstellen, naar woord en daad, gedurende mijn leven.
Ik zal niet in weefsel van mens of dier snijden, ook niet om te offeren. Zulke handelingen zal ik overlaten aan de speciaal hiertoe opgeleide beoefenaren.
Ik zal, als ik een huis binnentreed, altijd er naar streven de zieken te helpen en nooit enige intentie koesteren, die leed of verwondingen met zich mee kan brengen. Zo zal ik mijn positie nooit misbruiken om seksueel contact, met mannen of met vrouwen of met kinderen van welke rang of stand ook, te zoeken.
Wat ik zowel binnen mijn beroep of privé te zien of te horen krijg, zal door mij in strikt stilzwijgen gerespecteerd worden en niemand zal er verder iets over vernemen.
Moge ik daardoor, in diep respect voor deze eed, zonder haar gelofte getrouwelijk te doorbreken, wel varen in mijn leven en in mijn uitoefening van mijn beroep, door in de loop der tijden een goede reputatie bij de mensen op te bouwen. Moge mijn lot er anders uit zien, als ik mijn gelofte overtreed en mijn eed breek.


